Een echte keukenprinses ben ik nooit geweest. Koken vind ik prima, maar het moet wel binnen een half uur op tafel staan. Geen ingewikkelde recepten waarvoor ik uren achter het fornuis moet doorbrengen. Ik eet het liever op, want ik ben wel dol op lekker eten. Alle restaurantjes bij ons in de buurt hebben we al geprobeerd en daar zitten een paar juweeltjes bij.
Maar sinds we ons huis in Frankrijk hebben, ben ik steeds vaker in de keuken te vinden. Een verklaring heb ik er eigenlijk niet voor, maar volgens Arie komt het door de “Franse wind” die door en om ons huis waait. Hij zegt: “alle Franse vrouwen op het platteland kunnen koken, omdat ze alles zelf van het land halen, dus dat gaat hier vanzelf”. Het lijkt erop dat ie een beetje gelijk heeft. Kookboeken heb ik niet, ik raak gewoon geïnspireerd door de producten van de markt en het fruit dat we zelf rond ons huis hebben staan. Alles is zo vers en smaakt zoals het eruit ziet. Smakelijk en sappig.
In de zomer van 2001 hingen de pruimenbomen barstensvol met vruchten. Kleine geeltjes – waarschijnlijk mirabellen – en kleine rode. In 2002 zijn de takken zelfs gebroken onder het gewicht van pruimen. In augustus hebben we prachtige zoete en gave Reine Claudes. In juni hangen de bomen vol met zoete kersen, zomaar in het wild langs de kant van de weg. In oktober hangen er kilo’s appels aan de bomen om nog maar te zwijgen over de overvloed aan heerlijke paarse en witte vijgen.
We hebben zelfs al een paar walnoten van ons kleine boompje.
De buren doe je er geen plezier mee, want die hebben zelf genoeg van hun eigen bomen, En weglaten rotten dat gaat me te ver.
Verwerken dus en waar begin je dan mee, juist met jam. Ik heb nog nooit van mijn leven jam gemaakt en vind het ook een beetje tuttig. Ik dacht ook dat het ingewikkeld was. Zomer 2001: ik heb dertig potten met pruimenjam gemaakt, een fractie van de hoeveelheid vruchten. Uiteraard zijn de vijgen en de kersen ook in de potten gekomen. Die potten neem ik vaak mee als cadeautje voor de gastvrouw als we ergens voor een aperitief of diner worden gevraagd.
Ik heb Franse taarten leren bakken, die platte met vruchten
erin. Het recept heb ik van B. een vriendin uit ons dorp,
die het op haar beurt weer kreeg van een buurvrouw. En ik
ben gaan experimenteren met chutney’s. En die worden steeds
beter. Chutney’s zijn een soort
vruchten-met-groenten-compote met een pittige smaak, die
heerlijk smaken bij gegrild vlees van de barbecue.
Met verse vijgen heb ik hapjes gemaakt voor bij het
aperitief. Mijn recepten cirkelen nu rond in het dorp. Wie
had dat gedacht. Ik ben erachter gekomen dat koken niet
ingewikkeld hoeft te zijn om toch een heerlijk resultaat te
krijgen.
Een vrouw uit het dorp gaf mij het volgende advies. Zorg
dat je altijd uien, tomaten, wortels, bleekselderij en
gerookt spek in huis hebt, daar kun je altijd iets lekkers
mee maken. En ze heeft gelijk. Ik heb er soep mee gemaakt,
een kip uit de oven met gemengde groenten, een pastasaus,
een salade, een gevuld omelet, etc.
Ooit wil ik nog een groentetuintje en als het net zo gaat
als met het fruit zal ik niet meer uit de keuken weg te
slaan zijn.
_______________
2 februari 2003

