Zielig of suf?

Dat er op het Franse platteland een verscheidenheid aan dieren leeft, heb ik al eerder geschreven. Er zijn heel veel dieren die prachtig zijn en alle bewondering verdienen. De reeën, de vogels, de salamanders, de libellen. Maar er is ook een groot aantal dieren dat je liever niet in en om je huis wilt hebben. Zoals bijvoorbeeld mollen, die je terrein binnen de kortste keren veranderen in een heuvellandschap. We hebben ze slechts één jaar getolereerd omdat we het zielig vonden om ze te doden. Maar zo’n beslissing is op het platteland helemaal fout, want ze planten zich snel voort en vertellen hun vrienden en familie hoe gezellig – maar vooral hoe veilig - het is bij suffe Nederlanders.


Ongedierte bestrijden moet je serieus nemen, anders blijf je aan de gang.
Een aantal jaren geleden kon ik al volledig in paniek raken bij de aanblik van een minuscuul spinnetje, maar met de hoeveelheden die ik in en om ons huis aantref, zou ik permanent in een inrichting moeten verblijven. Dus die angst heb ik langzamerhand overwonnen en geen spin is meer veilig in mijn buurt.
Dat geldt ook voor de bestrijding van andere ongewenste buurtbewoners. Eén molshoop en ik ga meteen tot actie over. Muizen: meteen vangen want voor je het weet stikt het ervan. We hebben boktoren bestreden in de balken, wespennesten platgespoten, kortom met de meest ongemakken kunnen we aardig over weg.

Althans, dat dachten we.
“Het komt van boven”, “Nee, het komt van beneden”. Sinds een paar nachten worden we uit ons slaap gehouden door een flink knagend geluid. We denken eerst aan muizen, maar dat ze zo’n lawaai maken kunnen we eigenlijk niet geloven.

We inspecteren de zolder, we zetten vallen, strooien gif. Het helpt allemaal niks, midden in de nacht worden we weer gezellig gewekt door het geheimzinnige knagende geluid. Uiteindelijk zijn we er van overtuigd dat het toch uit de ruimte onder het huis moet komen. Maar, waar we ook kijken we zien niks bijzonders, geen zaagsel, geen uitwerpselen, helemaal niks.
Omdat we nog steeds denken dat het om muizen gaat, verplaatsen we de vallen naar beneden en strooien nieuw gif. Maar al wat we vangen: niks en elke nacht is er weer een houseparty in de kelder.


Dan op een ochtend een schreeuw uit de cave. ‘Moet je nou komen kijken’ Vol ongeloof kijk ik naar een enorm vers geknaagd gat in een van onze balken.
Dit zijn geen muizen, geen ratten, geen boktorren, maar wat dan wel?
De moderne communicatie biedt uitkomst en via het internet komen we erachter dat het een “zevenslaper” of “relmuis” moet zijn. Die laatste benaming is wel heel toepasselijk, want hij is al dagen aan het rellen.

Uiteraard biedt de plaatselijke “boerenbondwinkel” een keur aan bestrijdingsmiddelen voor de “Loir” zoals hij heet op zijn Frans. We kiezen voor een valkooitje, want ik ben ontzettend benieuwd hoe ie eruit ziet.
Ze schijnen dol op fruit te zijn, dus met een lekker appeltje van eigen oogst moeten we ‘m kunnen lokken. En inderdaad na twee dagen hebben we ‘m. Daar zit ie ons met zijn zwartomrande oogjes aan te kijken. Hij heeft een heel mooi vachtje en een prachtige pluimstaart. Het is een heel grappig beestje, net een eekhoorntje. En nu begint me iets te dagen. Gedurende de zomer hebben we regelmatig tijdens de schemering een “eekhoorntje” zien balanceren op onze elektriciteitsdraad en “oh wat vonden we ‘m schattig”.

Zijn lieve uiterlijk is duidelijk ook zijn bescherming, maar we houden onze rug recht want dit “schatje” is natuurlijk een enorme plaaggeest die het bovendien op onze balken heeft gemunt. Hoe lief hij ook uit zijn oogjes kijkt, aan zijn inwoning moet een einde komen.

zielig-of-suf

Uit ervaring weten we dat een diervriendelijke oplossing op termijn niet werkt, dus we besluiten tot de meest drastische maatregel. Overgang naar de eeuwige jachtvelden der Loirs.

Hopelijk heeft ie het daar heerlijk naar zijn zin en kan ie samen met zijn vrienden lekker rellen. Wij kunnen tenminste weer slapen en misschien wel zeven maanden.
Want dan ontwaken zijn aardse vriendjes weer uit hun winterslaap, maar als zij geen plekje in de hemel willen kunnen ze onze deur beter voorbij gaan.Want wij zijn geen suffe Nederlanders meer.

_______________
27 november 2005