“Hoe lang is het nou rijden? En stoppen jullie vaak onderweg? Je zult wel doodmoe zijn als je aankomt?”
Allemaal opmerkingen die we vaak te horen krijgen als weer aanstalten maken om te vertrekken naar het zuiden.
We halen meestal onze schouders op want, omdat we het al zo vaak gereden hebben, draaien we er onze hand eigenlijk niet voor om. We kunnen de route dromen en we hebben alleen maar met elkaar te maken dus vaak stoppen doen we niet. We genieten nog steeds van het landschap onderweg en wisselen bij het tanken. We nuttigen een broodje in de auto en dat geldt ook voor het kopje koffie. Langs de weg is alles duur en - nog veel erger – vaak niet te eten.
Parijs wordt door veel mensen als een ‘enorm obstakel’ gezien, maar de gemiddelde spits in Nederland is erger. Het stukje door of langs Parijs is vaak ook de enige plek waar veel verkeer is. Hoe zuidelijker hoe leger de wegen.
Gemiddeld doen we er negeneneenhalfuur over. We vertrekken vroeg en rijden meestal om half vier het erf op. Tijd genoeg om ons huis weer ons huis te laten worden en nog even inkopen te doen bij de supermarkt. Alsof we niet weg geweest zijn.
Toch gaan we niet even een lang weekend op en neer naar ons stulpje. Niet omdat we het vermoeiend vinden, het probleem is de reistijd want je zit hoe dan ook twee dagen min of meer in de auto.
Regelmatig bekijk is de sites van vliegmaatschappij want het dichtstbijzijnde vliegveld is ongeveer anderhalf uur bij ons vandaan. Net te doen. Helaas vliegen er geen low-budget maatschappijen op, maar de laatste tijd gaan de prijzen van de maatschappijen toch aardig naar beneden.
Ze zijn nu zelfs zo redelijk dat de reiskosten met de auto en vliegtuig elkaar nauwelijks meer ontlopen. De winst is dus tijd, want dat scheelt behoorlijk.
Dat heeft ons aan het denken gezet, maar er is een probleem. Geen vervoer ter plaatse is behoorlijk lastig midden op het platteland met de dichtstbijzijnde winkels 6 km verderop.
Dus gaan we op een dag langs alle garages in de buurt om te kijken of we een goedkoop karretje op de kop kunnen te tikken. De prijzen vallen niet tegen, het lijkt zelfs goedkoper dan in Nederland. De keus is wat beperkt, want grote autoboulevards heb je niet bij ons in de buurt. Op de laatste dag van ons tijdelijke verblijf, rijden we bij toeval door een klein dorp en precies in onze ooghoek zien we in een grote etalageruit de auto staan die we zoeken.
Een proefritje door de wijnvelden en 4 uur later zijn we de trotse eigenaren van een Franse voiture van Italiaanse makelij. Zo makkelijk gaat dat in het van regels vergeven Frankrijk. De formaliteiten zijn vrij eenvoudig geregeld. Zolang je een rijbewijs hebt en een rekening van de EDF kunt overleggen is het een fluitje van een cent.
Tijdens onze afwezigheid regelen vrienden van ons de autoverzekering en na betaling via internet halen zij de auto op en zetten ‘m bij hun in de schuur.
Op 2e kerstdag nemen we het vliegtuig richting het Zuiden. Daar staan T. en B. Met onze nieuwe aanwinst. Ze is niet mooi, ze is niet snel. Maar ze is heel ruim en heel gemoedelijk en ze brengt ons van A naar B en in onze afwezigheid staat ze lekker warm in de schuur. En onze vrienden uit het dorp noemen haar liefkozend Dumbo.

_______________
26 maart 2006
