Februari
Als freelancer weet je nooit wanneer je wel of niet aan het
werk bent. Dat geeft een gevoel van vrijheid, maar het kan
soms ook lastig zijn.Vooral als je samen met je wederhelft
plannen maakt om in juni lekker weer naar Frankrijk te gaan
en je een klus aanneemt die dat onmogelijk maakt. Sneu voor
allebei, maar er valt mee te leven.
Daarom besluit ik
vlak voor de aanvang van een nieuwe opdracht nog snel even
naar ons huis af te reizen. Het is februari en ik ben er
nog nooit in die tijd geweest. In Nederland is het koud en
nat en natuurlijk hoop ik op beter weer, wat heel goed
mogelijk is in deze tijd van het jaar.
Ik ben ook benieuwd
hoe het leven er aan toe gaat nu alles nog in de
winterstand staat.
Bij aankomst is er
de eerste verassing. Zodra ik de deur open doe, kom ik in
een koud huis. Dat is raar, want T. en B zetten altijd
trouw voor ons de CV aan als we komen.Ik kom er al snel
achter dat die niet werkt en dat is vervelend omdat we er
in december al een flinke reparatie aan hebben gehad en
dachten daarmee de ellende achter de rug te hebben
gehad.
Met de houtkachel
als back-up ben ik niet voor een gat te vangen en binnen
een uurtje dwaalt de warmte al door het huis. Op naar het
dorp om een monteur te pakken te krijgen. Hij is er niet,
maar ik krijg de verzekering dat hij morgenochtend meteen
langs zal komen. Snel een paar boodschappen gehaald en
daarna weer naar huis om de kachel aan te houden. Lekker
gezellig voor het knapperende vuur met een boek. Dat is
weer eens wat anders dan zappend voor de buis waar toch
nooit iets leuks op is te zien.
Zoals beloofd komt
de monteur de volgend ochtend langs en na een uurtje brandt
de CV weer, nadat er weer een onderdeel is vervangen. Hij
verzekert me dat het probleem nu echt is opgelost en dat ik
de rest van mijn verblijf kan beschikken over een warm
huis. Fijn.
Het weer houdt niet
over, maar het is goed genoeg om lekker wat klusjes
buitenshuis te doen. Zoals altijd probeert het onkruid zich
weer in een rap tempo te vermeerderen. In december hadden
we het erf zo goed als ontdaan van gras en andere niet
wenselijke plantjes, maar hun nazaten hadden al weer flink
hun best gedaan om onze arbeid ongedaan te maken. Mijn
aanval is dan ook als eerst op deze indringers
gericht.
Daarna stort ik me
op de wilde bramen, die zich weer in grote hoeveelheden
hebben genesteld in en rondom ons terrein. Een keer
vergeten weg te halen en hup het jaar daarop heb je
stengels die het niet gek zouden doen in het verhaal van
Doornroosje.
Alleen is het
kasteel in ons geval de perenboom, die bijna gewurgd wordt
door lange stekelige tentakels. Binnen de kortste keren
zitten mijn handen en armen onder de krassen en schrammen,
het gebruikelijke beeld na enkele dagen in ons fijne
paradijs.
Her en der dient het
voorjaar zich al aan. De narcissen staan op uitkomen en ook
de forsythia is bezig te ontwaken uit de winterslaap. Onder
de struiken is een paars tapijt ontstaan van wilde
voorjaarsviooltjes. Zo heb ik ze nog nooit gezien, want als
wij komen – meestal in april – is de bloei zo goed als
voorbij. Zo geeft elke maand haar eigen verassingen prijs.
Het is nu ook mooi de tijd om alle rozen goed te snoeien en
op te binden, zodat ze straks in juni prachtig in bloei
zullen staan, ook al zal ik dat dit jaar moeten
missen.
Gelukkig is er ook
nog een echt mooie dag zodat ik met hulp van E. de oude
fruitbomen kan snoeien. Dat vind ik altijd heel ingewikkeld
en ik ben blij dat hij me helpt en uitlegt wat je wel en
niet moet doen.
De doodgevroren geraniums in de potten zijn vervangen door
kleurige viooltjes en zo krijgt het huis en het erf een
lente-achtige uitstraling. Tot mijn genoegen zijn de
kuipplanten de winter goed doorgekomen op hun speciale
plekje onder de veranda. Maar ze moeten er nog even blijven
staan totdat we in het voorjaar weer
terugkomen.
Tevreden sluit ik na
een weekje de boel weer af. Het huis en de tuin zijn weer
klaar voor een nieuw jaar en tot mijn eigen verbazing reken
ik uit dit dat alweer de zevende zomer wordt. Al zeven jaar
genieten we met volle teugen van ons tweede thuis en met
een glimlach op mijn gezicht rij ik ons vertrouwde weggetje
uit. Au revoir et à bientôt.
_______________
8 april 2007
