Wildlife

Een van de mooiste dingen van ons plekje in Frankrijk vind ik de natuur. We zijn er nu in elk seizoen geweest en elk seizoen heeft weer zijn eigen charmes. Maar ik blijf een fan van het voorjaar en de zomer, waarin alles weer opnieuw verschijnt, de bloemen, de bladeren aan de bomen en de vogels.

Natuurmonumenten kan een heel blad vullen met al het “wild life” rondom ons huis.
In het voorjaar zie je de reeën en de konijnen gewoon op ons grasveld. Ik verdenk ze er ook van dat ze onze rozen opvreten en drinken uit het zwembad.
Overal om ons huis broeden vogels. De pimpelmezen en roodborstjes in de muur van de schuur. Het winterkoninkje in de klimop van de eik. De grote lijster in de holte van een andere eik. De zwartkopjes in de laurierstruik. De groenlingen in de klimop van het huis.
En elk jaar hebben we vaste huurders onder het dak van de veranda: het zwarte roodstaartje.
In april maakt ie zijn eerste nest boven de buitenlamp en in juni heeft ie zijn tweede nest aan de andere kant op een balk.
Ik heb er voor het eerst van mijn leven een hop gezien, een prachtige vogel met een zwart-witte kuif. Elke dag hoor ik de wielewaal, maar hij houdt zich altijd goed verborgen, want ik heb ‘m nog nooit gezien.
Om een uur of zes ’s avonds komen de zwaluwen drinken uit het zwembad, ze scheren over het water en het maakt ze niet uit of je er nou in zit of niet. En om tien uur nemen de vleermuisjes het van ze over.

Vorig jaar stond er een ietwat bedwelmd reetje voor ons hek van de wilde pruimen te smikkelen. Ze lagen er waarschijnlijk al een tijdje en daardoor waren ze gaan gisten. Het beest was zo dronken, dat ie bijna niet meer op zijn poten kon staan. We hadden ‘m zo kunnen pakken, wat we volgens de wijnboer ook hadden moeten doen, want een reebout is heerlijk en al helemaal als ie al gemarineerd is met pruimenalcohol.

Iets minder leuk vind ik toch, maar er ligt regelmatig een – overigens volstrekt ongevaarlijke – ringslang te zonnen. Arie heeft ‘m al een paar keer gezien. ’s Avonds horen we de vroedmeesterpad. Dat is een heel klein grijs padje dat een geluid maakt alsof er een druppel uit een kraan lekt.

En dan de vlinders: we hebben niet eens zoveel planten die vlinders aantrekken, maar het stikt ervan. Konings- en koninginnepages, atalanta’s, rouwmantels, keizersmantels, weerschijnvlinders, dambordjes, zandoogjes, blauwtjes en de lavendel zit vol met kolibrievlinders, die ook echt op kolibries lijken en zich de hele dag volzuigen met de nectar uit de bloemetjes.



Vlak bij het huis heeft onze vorige Engelse eigenaar - die klusjesman is- een poging gedaan om een vijver aan te leggen. Ik denk dat hij een keer een hoop cement over had en dacht “kom ik graaf een gat en kiep mijn cement erin en dan heb ik een vijver.” Maar dat ding is altijd lek geweest en staat meestal droog. Toch wilde ik die vijver weer herstellen.
Dus vijverfolie gekocht, de randen van zwembadtegels weggehaald en de folie in het gat gelegd, de zwembadtegels er voorlopig weer opgelegd, aangevuld met wat stenen. Water erin en voilà de vijver lekt niet meer. Onze buurman heeft een enorme vijver, die er prachtig uitziet. Van hem krijgen we waterplanten, compleet met mandjes waar ze in moeten. Nadat ik de planten erin heb gezet landt er binnen een kwartier een prachtige grote blauwe libel op een blad en blijft daar gewoon de hele dag zitten. De volgende dag zien we een salamander en watertorren. Ook de schaatsenrijdertjes scheuren al over het wateroppervlak.
In zo’n korte tijd nieuwe bewoners rondom ons huis had ik niet durven hopen. Ik hoop dat er binnenkort ook kikkers komen en misschien andere beesten die uit de vijver komen drinken, want dit is waarom we zo genieten van ons kleine plekje in dat grote land.

_______________
20 juli 2003