Wat moeten we met al dat gras?

Piepend en zuchtend horen we in de verte iets aankomen. We kijken op ons horloge en zeggen tegen elkaar “daar zul je ‘m hebben”. En ja hoor, een wit busje – althans dat is ie vijftig jaar geleden ongetwijfeld geweest - stopt krakend voor ons hek. De helft van de zeer bejaarde Renault is bruin van de roest en wij vragen ons af of ze hier in Frankrijk ook een APK-keuring hebben en zo ja hoe dat busje in godsnaam door die keuring is gekomen. E. hebben we nog niet gezien, maar er verschijnen wel 2 planken uit de achterklep ...

Ons terrein is ongeveer tweeëneenhalf hectare groot, waarvan één hectare uit grasland bestaat en de rest uit bos. De vorige bewoners hadden schapen die het grasland mooi kort hielden en een van hun zonen maaide het gras rondom het huis. Maar zoals ik al eerder schreef hebben ze die grasmachine niet in de schuur laten staan. We zijn er nu bijna drie weken en het gras is al behoorlijk lang. Alhoewel ik Arie in het dorp vaak lonkend zie kijken naar die mooie glimmende grasmaaitractortjes vind ik zo’n aanschaf geen prioriteit hebben. Het is een hoop geld en ik vind het ook zonde om een aantal dagen van onze vakantie te moeten besteden aan grasmaaien. Via via horen we dat we E. kunnen bellen, hij maait bij veel mensen uit de buurt hun gras. Eén telefoontje is voldoende. Hij komt zaterdagmorgen. Keurig op de afgesproken tijd is ie er. Uit de nauwelijks meer op zijn wielen staande bus, komt over de 2 planken de droom van Arie achteruitgereden. Een blinkend rood tractortje, waarmee E. ons hoge gras gaat aanvallen.
E. is een jongen uit het dorp die ook redelijk Engels spreekt. Hij is heel aardig, maar wil wel meteen aan de slag, want het is een hoop werk. We spreken af dat ie alleen het stuk om het huis doet en de weilanden met rust laat. Daar bloeien nog wilde orchideeën in overvloed en die wil ik absoluut niet omgemaaid hebben.
Ook heeft hij een debrousseilleur bij zich. Een soort elektrische kantenknipper maar dan met een benzinemotortje, een bosmaaier. Die is voor de kleine stukjes. Arie is zeer geïnteresseerd en vraagt of ie het een keer mag proberen. Dat mag, maar niet voordat hij de speciale uitrusting heeft aan getrokken. Zoals daar zijn: Een helm met grote beschermkap voor het gezicht, oordoppen, hele oude kleren van top tot teen, laarzen, handschoenen. Dit is om je tegen rondvliegende stenen, stokjes en – wat nog wel eens voorkomt – dierlijke uitwerpselen te beschermen. Het is 10.00 uur ’s ochtends en toch al gauw 25 graden. Arie luistert - in vol ornaat – naar de instructies van E. Als ie de slag te pakken heeft springt E. op zijn tractor en volgens mij lacht ie zich een deuk. Bij deze temperatuur zit hij lekker in het zonnetje op zijn tractortje en Arie volledig ingepakt doet zwetend het zware werk. Tja, hij wou toch zo graag... Na drie uur is alleen het gras vlak om het huis en het zwembad gemaaid. De rest moet maar een andere keer. Het is wel heel erg veel. E. vertrekt – het is tenslotte lunchtijd - en ik loop naar het gemaaide veld. Hij heeft het gemaaide gras laten liggen. Weet je wat, ik hark het even bij elkaar.
2 dagen later, 70 kruiwagens verder en een paar flinke blaren op mijn handen, ziet het er eindelijk strak uit.

Misschien moet ik mijn prioriteiten toch maar iets verleggen en Arie wat meer laten lonken naar een rood tractortje dat ook het gras verpulvert. Natuurlijk blijft E. gewoon maaien, want we zijn tenslotte wel met vakantie!

_______________
20 oktober 2002