Zenuwachtig sta ik al de hele middag in de keuken, want vanavond krijgen we Franse kennissen uit het dorp op de ‘apero’ zoals ze dat hier noemen.
Het zijn de ouders van E. en E. zelf. Natuurlijk komen T. en B. ook.
Ik wil niet te overdreven voor de dag komen, maar iets ‘fait à la maison' is wel zo leuk en ook heel erg de gewoonte bij ons in de buurt.
Nu hebben de Nederlanders bij de Fransen niet echt een culinaire reputatie, dus ik wil extra mijn best doen. Hoewel ik me nog steeds niet waag aan hele ingewikkelde recepten, heb ik de afgelopen jaren flink wat bijgeleerd dus dat moet lukken.
Uiteraard komen ze een uur later dan het tijdstip dat ik heb genoemd. Net op het moment dat ik begin te twijfelen of ze mijn Frans wel hebben begrepen rijden ze het erf op. Overigens in een auto die ik niet ken. Later begrijp ik dat ze met deze auto alleen maar op visite gaan. Madame B. heeft een heerlijke hartige cake meegenomen en haar man natuurlijk een fles wijn van eigen makelij.
De haard brandt, alles staat klaar en naarmate de avond vordert, wordt het heel gezellig. Gelukkig vallen de ‘Hollandse’ hapjes in de smaak.
Op een gegeven moment hebben wij vrouwen het alleen nog maar over recepten en koken. Een beetje brutaal, maar ik kan het niet laten, vraag ik madame B. of zij mij kan leren hoe je paté moet maken. Ze begint te lachen en verbaast zich erover dat zo’n moderne vrouw zoiets ouderwets wil doen. Natuurlijk wil ze mij dat leren, ze vindt het zelfs heel leuk en B. moet natuurlijk ook komen. Maar wel pas in de herfst, want dat is de goede tijd. En als compliment op mijn kookkunst zegt monsieur B. dat ik haar dan mijn zalmrolletjes moet leren maken. Het aperitief is een beetje uitgelopen en rond de klok van half elf gaat iedereen een tikje beschonken huiswaarts.
Gelukkig controleren ze hier in de buurt bijna nooit.
Het is ondertussen eind september. T. aan de telefoon: “Zeg weet jij al wanneer jullie die paté gaan maken, er moet ruimte komen in de konijnenhokken”. T. heeft in het voorjaar 2 konijnen aangeschaft en die blijken goed gezond te zijn, want nu heeft ie er 23. Ze waren sowieso bedoeld voor de consumptie, maar de hokken worden nu te vol, dus moeten er een paar worden ‘opgeruimd’, bestemd voor de paté.
De volgende dag rijden we bij onze ‘lerares’ langs. Nee, ze is het niet vergeten. A.s. donderdag is goed. Ik moet nog wat extra ingrediënten halen en het vlees moet wel heel erg vers zijn. Nou daar zorgt T. wel voor zeg ik tegen madame B. terwijl ik mijn derde glaasje ratafia – mijn favoriete drankje – achterover sla.
Donderdagmiddag haal ik haar op en rijden we naar het huis van B. alwaar de prachtige stukken konijn op het aanrecht liggen. Geheel ontdaan van alles wat nog doet herinneren aan hun oorspronkelijke staat. Madame B. heeft haar eigen ‘maatlepel’ en haar eigen gemalen peper bij zich.
Stap voor stap geeft ze ons de geheimen van de bereiding van de paté prijs. Het luistert nauw, maar vanzelfsprekend kent ze de gewichtverhoudingen uit haar hoofd. Ze kijkt of we het vlees niet te fijn malen en twijfelt over het soort zout dat B. in haar kast heeft staan. “Nee, zeezout is ongeschikt; het moet gewoon zout zijn”. Dan gaat de massa in de potjes. Hetzelfde systeem als de ouderwetse wekpotten, maar de supermarkten verkopen tegenwoordig het moderne alternatief. En madame B. gebruikt die ook, dus dan moet het goed zijn. Voorzichtig worden de potjes in oude theedoeken gewikkeld en in een grote pan met water geplaatst, waar de inhoud ruim 2 uur op een laag vuurtje moeten garen.
Ondertussen leer ik haar mijn ‘succesnummer’ bij elke borrel en ondanks mijn niet bepaald perfecte Frans en haar zware accent begrijpen we elkaar prima. Af ten toe geholpen door B. die natuurlijk perfect Frans spreekt. Het wordt een gezellig middag, met als resultaat 11 potjes paté, 2 zalmrollen en een meegebrachte Hollandse appeltaart.

Als ik haar weer naar huis breng laat ze duidelijk blijken dat ze genoten heeft. “Of dit typisch Nederlands is?” vraagt ze. Ik begrijp niet wat ze bedoeld. “Nou dat je bij elkaar op bezoek gaat en samen gaat koken”. Ik heb daar geen antwoord op, maar vertel dat veel vrouwen in Nederland samen koffie- of theedrinken en dan gezellig over van alles en nog wat kletsen. Een onbekend verschijnsel voor haar, want behalve dat haar man en zoons tussen de middag verschijnen voor de uitgebreide lunch, ziet ze de rest van de dag niemand. Ze heeft daar ook helemaal geen tijd voor. “Dan moeten we dat Hollandse gebruik maar eens gaan invoeren” zeg ik tegen haar. Ze moet lachen en zegt “Zullen we het dan een beetje Frans houden en ondertussen ook wat doen. Als je er in januari bent, leer ik je foie gras maken”.
Ik speek haar niet tegen, want daar kan geen Hollands koffie-uurtje tegenop.
_______________
24 oktober 2004
