De Franse vaccinatie, deel 3

Toen we besloten tot de aanleg van een nieuwe zwembad, heeft er altijd in mijn achterhoofd een stemmetje gezegd dat ik wel eens voldoende input zou krijgen om een vervolgserie te schrijven over dit project. Nou, dat stemmetje heeft zich niet verloochend. Hier volgt deel drie.


Het is begin april en we zijn nu een kleine week in Frankrijk. Geen nieuw zwembad, geen begin zelfs met de verwijdering van het oude zwembad. En omdat we niet bepaald snel een oplossing van de Franse kant verwachten hebben wij alle partijen uitgenodigd om op een ochtend om 08.00 uur rond de tafel te gaan zitten. Monsieur R. arriveert als eerste en monsieur F. volgt 5 minuten erna. Ze zijn nog niet binnen of ze vliegen elkaar direct in de haren. Heen en weer volgen beschuldigingen, ze gaan tegen elkaar tekeer alsof wij er gewoon niet bij zijn en dat nota bene in ONZE eigen keuken. We begrijpen niet helemaal waar het om gaat, maar één woord herkennen we onmiddellijk : l’argent (geld).

de-franse-vaccinatie-deel-3

We zijn het helemaal zat en slaan met de vuist op tafel. Haarfijn leggen we de heren uit – ons Frans blijkt ineens heel goed te gaan – wat WIJ van deze hele situatie vinden. Pisnijdig gooi ik ze voor de voeten waarom we zo boos zijn.
“Wij, suffe Hollanders, wilden persé met de locale mensen uit de buurt werken, zodat ons geld rechtstreeks naar de lokale economie zou gaan. Achteraf hadden we veel beter Nederlandse mensen kunnen inhuren en zo ons geld in ons eigen land kunnen besteden.”
We sluiten af met de opmerking dat ze eens bij hun zelf moeten nagaan waarom veel buitenlanders hun mensen en spullen uit het land van herkomst meenemen. Ze kijken ons met grote ogen aan. Precies, monsieur R. et monsieur F. , omdat jullie je afspraken niet nakomen en het verpesten voor de rest van de Fransen, die wel van goede wil zijn!
Dan blijkt waar “de pijn” ligt. Monsieur F. wilde zijn deel van monsieur R. hebben – het grootste deel van de aanbetaling. Monsieur R. weigerde dat omdat wij hem het geld hadden ‘toevertrouwd’. Maar monsieur R. wil niet als hoofdaannemer fungeren. Hij is alleen maar verantwoordelijke voor zijn gedeelte, nota bene het kleinste deel van de totale offerte. Nu begrijpen we de woede van F. die al weken op zijn geld zit te wachten en dit schijnt al vaker te zijn gebeurd en nu is voor F. de maat vol.
Conclusie: we zijn slachtoffer van een al jaren slepende locale ruzie.

We begrijpen ineens dat de oplossing in zicht is. Arie eist onmiddellijk het aanbetalingbedrag van R. terug. Die probeert nog een foutief bedrag op de cheque te zetten, maar daar trappen we niet in. Zijn eigen deel mag ie houden en de rest krijgt ie pas als alles af is. R. vertrekt. F. biedt zijn excuses aan en begrijpt dat we kwaad zijn.
Hij biedt aan om vanaf nu alles te coördineren en op de een of andere manier vertrouw ik hem wel. Hij belt meteen met het grondbedrijf, dat er prompt de volgende ochtend is. Samen nemen ze laatste details door en een week later zullen ze dan echt beginnen.
’s Avonds bespreken we de hele gang van zaken nog eens met een aantal locale mensen uit het dorp die we voor een aperitief hebben uitgenodigd. Hoofdschuddend horen zij ons verhaal aan. “30% aanbetalen? Nee, dat is hier niet de gewoonte. Maximaal 10% en eigenlijk moet je proberen helemaal niks aan te betalen. De rest pas betalen als alles af is en je echt tevreden bent” is het advies dat we krijgen. “Het is een schande zoals ze jullie behandeld hebben. Vooral omdat jullie altijd alles hier in de buurt kopen en nooit iets uit Nederland meenemen”. Maar de vader van E. voegt er ook lachend aan toe: “Vous êtes maintenant vaccinés pour les Français”, Met andere woorden “Jullie zijn nu ingeënt voor het Franse zakendoen, volgende keer beter opletten!” Iedereen moet er hartelijk om lachen en wij eigenlijk ook.
Twee dagen later vertrekken we met gemengde gevoelens naar Nederland. De weersvoorspelling zijn niet echt gunstig, maar F. heeft verzekerd dat alles goed komt. Onze vrienden T. en B. zullen het proces nauwlettend volgen en elke dag poolshoogte nemen.
We springen dan ook een gat in de lucht als halverwege april de telefoon gaat en de verlossende woorden klinken: “ Ze zijn begonnen”. Wordt vervolgd.

_______________
1 augustus 2005