Wikken
en wegen
Dat we ooit nog een keer het grootste deel van het jaar in
ons Franse huis zullen verblijven staat voor ons wel vast.
Maar wanneer die stap zal zijn, is een steeds terugkerend
dilemma.
We zijn nog vrij jong vergeleken met de gemiddelde
buitenlander die zich permanent vestigt in dit heerlijke
land. Stoppen met werken
en dus geen inkomen hebben is ook in Frankrijk geen prettig
vooruitzicht. Want het duurt nog wel even voordat het
opbouwde pensioen en de AOW automatisch wordt
gestort.
We hebben niet de
behoefte om de zoveelste camping of chambre d’hôtes te
beginnen. Ik lees altijd met veel plezier en bewondering de
verhalen van mensen die de stap wel wagen, vaak veel jonger
dan wij en dan ook nog met een jonge kinderen, maar ik
vraag me wel altijd af of het echt zo rooskleurig is als
altijd wordt beschreven.
Zo’n stap is voor
ons is gewoon geen optie, want actief zijn in het toerisme
trekt ons totaal niet. We zijn te jong om niks te doen en
een alternatief is er nauwelijks. De werkeloosheid in ons
gebied is hoog en als je niks in het toerisme wilt doen
blijft er niet veel over.
Toch dromen we er
vaak over. Hoeveel zouden we werkelijk nodig hebben om toch
nog prettig te kunnen leven, zonder al teveel luxe maar wel
helemaal vrij van verplichtingen.
Eten is natuurlijk
het belangrijkste. Daarvoor zou een groententuin en een
paar kippen al een stuk kunnen schelen in de kosten.
We hebben natuurlijk onze fruitbomen die een overvloedige
oogst geven en verwerkt kan worden in potten en
diepvries.
1
keer in de maand de auto vol laden met het hoognodige uit
de enorme supermarkten, zodat je niet in de verleiding komt
om meer uit te geven dan noodzakelijk, is een tip die ik
van veel mensen te horen krijg.
Stookkosten hebben we niet echt, want anderhalve hectare
bos levert genoeg hout op om de kachel brandend te houden.
Koken op butagas is geen echt kostbare zaak.
Elektriciteit
daarentegen wel, want daar draait de in de 20e eeuw
verworven luxe op, zoals de wasmachine, de koelkast en nog
zo enkele toestellen waar de moderne mens toch moeilijk
meer zonder kan.
En ondanks de vele kerncentrales die Frankrijk rijk is, is
de stroom niet echt goedkoop en dat geldt ook voor het
water. Wij hebben geen bron op ons terrein, althans dat
denken wij, want we hebben nooit ergens iets van put
gevonden. Ik denk er wel over om een keer een wichelaar in
te schakelen, stel je voor dat ie iets vindt. Maar dan
nog.
Een auto is geen
luxe, want die heb je echt nodig. De afstanden zijn een
stuk groter dan in Nederland en openbaar vervoer op het
platteland bestaat nauwelijks. En al heb je een goedkoop
karretje, hij zal toch moeten rijden.
Kleding is geen
grote uitgavenpost meer. Elke keer dat we gaan wordt de
hoeveelheid bagage minder. Het blijkt dat we niet veel
nodig hebben. Een net kloffie als je een keer uit eten of
bij iemand op visite gaat, is voldoende. Een lange en korte
broek die lekker zitten en waar je mee buiten kunt werken
is veel belangrijker. Een paar goede laarzen, een trui, een
paar T-shirts, een warme waterdichte jas en dan ben je al
een heel eind.
De wijn kost bij de boer 1 euro per liter, dus dat genot
hoeven we ons niet te ontzeggen.
En toch durven we de
stap niet te nemen. Waarom? God mag het weten. Te veel
gewend aan een leven zonder financiële zorgen? Bang voor de
permanente stilte of het kleine wereldje waar we in terecht
zullen komen?
Bang dat de droom
verandert in het net zo alledaagse leven als nu in
Nederland?
Waarschijnlijk is
dat het. We willen blijven dromen en dromen zijn mooi, maar
niet als het later bedrog blijkt te zijn.
_______________
7 maart 2004
