Big Business!

Het voorjaar is uitzonderlijk warm en droog. Dertig graden is geen uitzondering en het gras kleurt geel, het lijkt wel juli of augustus.
Ook in april valt er nauwelijks regen en ik ben in twee weken al net zo bruin als normaal in juni. Dat belooft wat voor de rest van het jaar.
Terug in Nederland krijgen we via de mail te horen dat mei al even mooi en droog is, Frankrijk zucht onder de droogte. Als we begin juni weer terug zijn slaat het weer totaal om in wisselvalligheid. Dat is een tegenvaller. In drie weken zijn we maar drie keer in het zwembad gedoken.

Als we teruggaan naar Nederland is het opnieuw een paar weken prachtig zomers, maar half juli regent het vaak en veel. Heel erg sneu voor de mensen die ons huis hebben gehuurd. We hopen maar dat ze het evengoed naar hun zin hebben. Begin augustus zakken we weer af naar ons huis en treffen prachtig zonnig en warm zomerweer.
Wel valt ons meteen op dat er heel veel auto’s geparkeerd aan de rand van de bossen. Aan de kentekens te zien zijn het geen toeristen, maar ‘locals’ en ‘locals’ uit aangrenzende departementen. Dat kan maar één ding betekenen: paddenstoelen.

Mijn conclusie klopt, want als we de volgende dag naar de markt gaan, gaan alle gesprekken erover. “Heb je al cèpes gevonden? Welke soorten? Er zijn er nu heel veel en de kwaliteit is uitstekend”. Bij elke kraam op de markt hetzelfde gesprek. De weersomstandigheden van de afgelopen maanden hebben een uitzonderlijk effect op de paddenstoelen. Er worden aanzienlijke hoeveelheden cèpes– eekhoorntjesbrood – aangeboden, voor gemiddeld € 20 per kilo. Ik overweeg nog even om ze te kopen, maar we hebben tenslotte een eigen stuk bos, dus waarom niet zelf een poging wagen.

Gewapend met een mand, een mes en het paddenstoelenboek ga ik dezelfde middag op onderzoek uit. Ongelofelijk, het bos staat werkelijk vol met allerlei soorten cèpes. 99% is ongevaarlijk, er is er maar één die giftig is en die is goed te herkennen. Bolet de Satan: witte hoed, rode onderkant en een dikke rode steel. Als je ‘m aanraakt wordt ie blauw. De meeste cèpes zijn dus wel eetbaar maar niet interessant genoeg voor de Fransen om te plukken. Nee, het gaat ze maar om vier soorten: Cèpe de Bordeaux, Cèpe des Pins, Cèpe d'été en Cèpe Noir. Dat zijn volgens hen de culinaire toppers.

paddenstoelen

En dan zie ik opeens een grote groep enorme paddenstoelen staan. Het zal toch niet waar zijn? Een blik in mijn boek vertelt met dat ik hier oog in oog sta met één van de meest gewaarde paddenstoel van Frankrijk: cèpe de Bordeaux.
Ik begin meteen met oogsten en binnen de kortste keren zit mijn mand vol. Tweeënhalve kilo!! Omgerekend heb ik in 15 minuten 50 euro verdiend. Dat is mooie handel! Maar ik houd ze natuurlijk zelf.
De volgende morgen ga ik weer het bos in. We hebben de avond ervoor een fikse regenbui gehad, dus dat zijn perfecte omstandigheden voor nieuwe aanwas. En ja hoor, prachtige nieuwe exemplaren hebben hun hoed boven de grond gestoken.
Ik ben net op mijn hurken bezig met de eerste oogst, als ik geritsel hoor. Niet ver van mij vandaan nadert een man van middelbare leeftijd met een mand in zijn hand. Op het moment dat hij zijn been optilt om over ons hek heen te klimmen, kom ik omhoog en vraag: „Que-ce que tu veux?” De man schrikt zich een ongeluk en zegt: „Oh, pardon je cherche le terrain des Anglais, je suis een ami.”. Duidelijk een smoes, want hij kan de naam van onze Engelse buren niet noemen en hij wil zijn eigen naam ook niet zeggen. Het is een ‘professionele paddenstoelenzoeker’ die op terreinen zoekt van buitenlanders, die ‘toch geen verstand” hebben van paddenstoelen. Zij „kopen” zo gratis in bij die suffe buitenlanders en de volgende dag doen zij goede zaken met de verkoop aan diezelfde sukkels die de paddenstoelen kopen uit hun eigen bos. Zonder dat ze dat zelf weten.

Ik vertel hem dat hij weet hoe de regels zijn en dat ie op moet rotten. De regels zijn dat je geen paddenstoelen mag plukken op privé-terreinen.
Hij maakt zich uit de voeten, maar niet echt, want na een kwartier hoor ik zijn mobiele telefoon overgaan. Hij is niet ver weg. Enfin, mijn mand is weer vol en heb geen zin om politieagent te spelen. Hij pakt maar wat ie wil, want dat doet ie toch wel. Ik heb met ruim vier kilo echt genoeg.

Terwijl ik ’s middags bezig ben om de enorme oogst ter verwerken, zodat we er in de winter ook nog van kunnen genieten, zie ik dat C. de man die in de wijngaard naast ons werkt met zijn auto richting ons bos rijdt. En ja hoor, ook hij verdwijnt in ons bos. Ja, ja.
Als we later op de middag bij onze buren A. en D. langs gaan, vertellen ze vol trots dat ze net een paar hele mooie cèpes hebben gekregen van C. Zo ontzettend aardig!! Ja heel aardig, maar wel uit ONS bos. We vertellen ze hoe het zit. Het kan ons niet veel schelen en we kunnen wel lachen om dit proletarisch shoppen in ons bos. Maar probeer het niet bij de Fransen zelf, want voor hun zijn deze cèpes een mooi extra inkomen en dat is in deze tijden van crisis mooi meegenomen. Nee, cèpes zoeken is hier geen aardig tijdverdrijf of leuke hobby, het is gewoon Big Business!!
_______________
8 augustus 2011