De aanhouder wint niet altijd!

Daar ligt ie ... trouwe bruine ogen kijken ons aan en blij kwispelend verwelkomt hij ons bij het nieuwe huis. We hebben net onze handtekening onder het defintieve koopcontract gezet en de sleutels branden in onze handen. Staat er in het koopcontract iets over een hond? Hebben we er overheen gelezen? We hebben weleens gehoord dat iemand een huis in Frankrijk kocht waarbij de hond werd meeverkocht. “Goed verzorgen tot ie sterft van ouderdom” was één van de verkoopvoorwaarden. We kijken snel in de papieren.....nee, hij wordt niet genoemd. Maar van wie is ie dan?

de-aanhouder-wint-niet-altijd

Bello – zo noemen we hem – is een mooie slanke herder, die er niet verwaarloosd uitziet. Blij springt hij op als we aan komen lopen en hij laat zich makkelijke aaien. Alsof ie bij het huis hoort. De vorige eigenaar komt langs om ons wegwijs te maken en hij weet te vertellen dat ie van een boer uit de buurt is en dat ie voorheen speelde met zijn honden. “Na een paar dagen zal ie wel verdwijnen” is zijn opmerking. Gelukkig denk ik, want we hebben het huis voorlopig alleen voor onze vakanties dus van een huisdier kan geen sprake zijn. Dat hadden we gedacht. Vanaf die eerste dag ligt ie élke dag voor ons hek. Als we opstaan, als we weggaan, als we terugkomen en soms is ie “s avonds weg. Maar de volgende ochtend ligt ie er gewoon weer. We sturen ‘m weg, we geven hem geen water – terwijl het toch behoorlijk warm is – en geven ‘m geen eten. Het maakt Bello niet uit, hij is er gewoon. Als er mensen langs komen begint ie luid te blaffen alsof ie wil zeggen: “ik waak hier en je komt niet langs mij”. “We moeten hem niet meer aanhalen”, zeg ik tegen Arie, anders gaat ie nooit meer weg. Terwijl ik de buitenmuren van het huis probeer te ontdoen van overvloedige klimop groei ligt ie opeens lekker in het gras beneden aan de trap mee te genieten. Hij is dus ergens door een gat gekropen. We sturen hem steeds weer het hek uit, maar elke keer weer komt hij stiekem om een hoekje gekropen. Hij denkt vast “de aanhouder wint” en kijkt dan ook nog eens héél zielig, waardoor we bijna door onze knieën gaan. Na drie weken genieten en werken stappen we in de auto richting Nederland. Bello staat ons “uit te zwaaien”. “Als we in juni terugkomen is ie vast en zeker weg”, zeggen we tegen elkaar.

Juni. Maar mooi niet. We er zijn nog geen tien minuten en daar staat ie weer kwispelend voor het hek. “Zijn jullie niet blij om mij weer te zien”, zeggen zijn mooie bruine ogen. We kijken elkaar aan en staan paf. De komende weken krijgen we bezoek waaronder gasten met een hond die - hoe toevallig - “Bella” heet . Een teefje en zij blijkt nog een beetje loops te zijn. Bello vindt Bella geweldig en is nu helemáál niet meer weg te slaan. Als de gasten met het teefje weer vertrekken en onze nieuwe gasten aankomen houdt Bello ons en onze vrienden nachtenlang uit onze slaap met zijn “gehuil.” Zo kan het niet langer ... midden in de nacht gewapend met een flinke steen maakt Arie een einde het tijdperk “Bello”. Hij heeft hem gelukkig niet geraakt, maar de boodschap is duidelijk. We hebben hem nooit meer gezien ... alhoewel ... soms horen we hem ‘s nachts in de verte blaffen. Er zijn daar vast nieuwe mensen komen wonen!!!!!

_______________
8 september 2002